22-09-08

Santé



Hij staat op en hij ontbijt. Hij kauwt lusteloos, hij voelt zich toch wel wat zenuwachtig. Hij neemt een douche, scheert zich netjes en wurmt zich in zijn deftige pak. Hij wou dat het al voorbij was. Na al die jaren studeren en student zijn, komt nu het eindmoment: zijn thesisverdediging. Dit moet goed gaan, denkt hij, als dit goed gaat, ben ik afgestudeerd. Hij proeft het vreemde woord 'afgestudeerd'. Het is hem niet vertrouwd. De woorden student, cantus, praeses, fuif en blok liggen hem beter. Het is een raar gevoel toch, straks is hij afgestudeerd en geen student meer.

Hij geeft 't lief een zoen. Zij wenst hem veel succes en tot straks. Gelukkig moet hij deze keer niet met de fiets. Het regent trouwens. De auto van moeder staat voor zijn kot. Moeder zit met zus in het zuiden van Frankrijk en hij mag ondertussen met haar nieuwe auto rond rijden. Dat komt nu echt wel goed uit want het miezert. Met zijn pak op de fiets door de regen... nee, dan liever met de auto.

Hij doet het portier van de auto open en wilt instappen. Hé, wat is dat, glas op de zetel! Hij kijkt verbouwereerd naar een kapotte ruit. Hij vloekt en realiseert zich dan dat ze hebben ingebroken in de auto: ruit kapot, schrammen op de wagen. En de GPS is weg! Verdorie, hij had gisterenavond de GPS laten hangen om vandaag vlotjes naar de aula te kunnen rijden. Toeme! Toeme! Toeme, de spiksplinternieuwe auto, moeder zal wat doen!

De thesisverdediging! Hij mag echt niet te laat komen! Vlug belt hij een vriend en vraagt of die hem sito presto naar de aula wilt voeren. Gelukkig heeft hij vrienden die op zo'n moment niet zeuren over het vroege uur maar wel half aangekleed binnen de 3 minuten ook met open mond naar de kapotte ruit staat te gapen. Geen tijd om de politie verwittigen, 't lief past ondertussen wel op de auto. Vriend zet hem net op tijd af aan de aula. Zo'n thesisverdediging moet je rustig aanpakken, je mag in geen geval denken aan een boze moeder, een kapotte auto, een wel of niet omniumdekking, politie. Nee, je moet zelfverzekerd binnenstappen en die professoren eens rustig uitleggen waarom jouw thesis nu zo goed is.

Ok, gelukt, denkt hij, als hij buiten komt na de verdediging. De spanning valt van hem af maar de dag is nog niet om. Vriend voert hem terug naar zijn kot. De auto staat er nog steeds, even gehavend als een paar uur geleden. Klootzakken, denkt hij en hij wordt nu echt boos. Hij foetert en belt de politie, de verzekering, de garage. Hij vergeet dat moeder en zus in het zuiden van Frankrijk vol spanning op een telefoontje wachten. Shit, ook dat nog.

"Mama? Ja hoor, 't was goed. Ze zeiden dat het prima was." Hij hoort haar juichen en krijgt de ene proficiat na de andere. Hij bijt op zijn lip en denkt: hoe vertel ik het haar zonder haar vakantie te verknoeien. Hij zegt (met een grafstem, zegt zij later) dat hij nog nieuws heeft. Zij vraagt 'wat dan wel?' terwijl er allerlei rare scenario's door haar hoofd schieten van ''t lief is in verwachting' tot 'ik ga in Duitsland wonen'. Dan zegt hij aarzelend: 'De auto, ge weet wel, staat hier voor mijn kot enne...' Zij denkt: 'Nee, 't is niet waar hé, toch geen perte totale of zo' maar vraagt: 'Ja, en?'

Ze is blij dat het 'maar' dat is maar ze kan er echt niet om lachen en zegt tien keer dat hij toch weet dat je in de stad de GPS niet in de auto mag laten hangen en dat ze hem dat zo vaak gezegd heeft en dat elk klein kind weet dat ze in auto's inbreken om de GPS te stelen.

Na telefoontjes over en weer over verzekering en aangifte en herstelling belt ze hem 's avonds nog eens op en roept 'santé' door de telefoon. Ze drinken daar champagne in het zuiden op zijn 'succesvolle dag'. Wat moet een mens meer? Hij is afgestudeerd!

23:01 Gepost door adem in Actualiteit | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |