16-09-09

Of verbeeldde ik me dat ik Wim zag?


Wim is meer dan 50 jaar dood. Wim is de broer die ik nooit kende, de broer die stierf voor ik geboren werd. Ik heb twee broers en een zus en ik heb Wim, mijn dode oudste broer.

En toen, die dag, zag ik hem. Hij zat daar zomaar op een bank aan zee in Ameland, helemaal alleen. Zijn fiets lag naast hem in het gras. Ik schrok en keek naar hem en keek opnieuw en opnieuw.

Ik wist wel dat het Wim niet was, dat kon niet, het was gewoon een man op een bank aan zee. En toch…, ik had dat heel vreemde gevoel dat me zei: ‘Dat is Wim!’. Ik heb die dag vlug en ongemerkt een foto van die man genomen en soms als ik die foto terug zie, heb ik, tegen beter weten in, telkens weer dat blije gevoel van herkenning.

Al heel mijn leven woont Wim in mij, is hij bij mij en toch ken ik hem niet. Als kind dagdroomde ik vaak over hoe hij er uit zag en hoe groot en sterk hij wel was, hoe hij me hielp en in bescherming nam tegen de grote boze wereld. Nu nog soms, zonder dat iemand dat weet, praat ik ’s avonds in bed  tegen hem, heel stil in mij.

De man die ik die dag zag, kon Wim geweest zijn. Hij kon het echt geweest zijn.
Ik schatte de man eind de vijftig, hij had een verwarde bos witblond haar en staarde dromend naar het water. Het was een knappe man. Zo stelde ik me Wim ook voor, als een dromer, als een dichter. De man was ietwat slordig gekleed, hij droeg een halfopen lichtblauw hemd, een beige short en bruine sandalen zonder kousen. Zou Wim zich zo gekleed hebben, vroeg ik me af? Dat kon best want mijn vader (en dus ook zijn vader) liep vaak ook zo nonchalant gekleed.

Zou ik die vreemde man aanspreken? Ik aarzelde en durfde niet. Het zou mijn blij gevoel vermoedelijk doen omslaan in ontgoocheling. Zijn stem zou misschien niet zo warm zijn als ik me voorstelde, zijn taal zou misschien niet zo kleurrijk zijn als ik wou, zijn antwoorden zouden me vast in de war brengen. Ik wou het beeld van ‘Wim’ ongeschonden meenemen naar huis. Ik deed het dus niet en wachtte tot de man weg fietste.

Was het alleen zijn kledij, zijn mooie witblonde haar, zijn dromerige houding op de bank aan zee die me dat gevoel van herkenning gaven? Of was het meer? Ik weet het niet, ik zal het nooit weten maar ik ben ik ben heel blij dat ik Wim toch één keer in mijn leven gezien heb.

In mijn hoofd is Wim een knappe, rijzige man van 58 jaar, niet getrouwd. Hij is alleszins een schrijver of journalist, een wereldreiziger en een wereldburger. Hij woont, dat weet ik nu, in Ameland en heeft een boot waar hij graag met vaart. Hij is een waterman, net als ik, hij is mijn broer.

Mijn broer, mijn engelbewaarder, heel blond.
Al jaren de glimlach op mijn mond.
Langer dan mijn bestaan
is hij weggegaan.
Mijn hart is zijn hart dat ooit bestond.

23:55 Gepost door adem in Woorden | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |